- Kijk welke vinger het beste reactie geeft, bij de een werkt de rechter wijsvinger optimaal terwijl bij een ander bijvoorbeeld de duim of ringvinger een beter effect geeft.
- Lees meerdere keren dezelfde vinger in. Als een gebruiker bijvoorbeeld met zijn / haar rechter wijsvinger werkt lees die dan meerdere keren in waardoor er meer herkenningspunten beschikbaar zijn om de gebruiker te identificeren.
Let op! Bij de BioStar 1.x software kunnen er maar
twee vingers per gebruiker worden doorgestuurd naar de lezers.
- Lees bij de probleem gebruikers de vingers niet in via de BioMini maar via één van de tijdregistratie- of toegangsscanners. Dit is alleen van toepassing als u met de BioMini USB scanner werkt.
- Let bij het opnieuw inlezen goed op de plaatsing van de vinger. Zorg dat het volledige eerste vingerkootje plat en recht op de sensor ligt. Als de vinger anders wordt ingelezen dan de gebruiker standaard zijn/haar vinger plaatst zal dat de herkenning ook niet bevorderen.
- Zorg dat de vinger en het oppervlakte van de sensor goed schoon is.
Let er goed op dat u de gebruiker opnieuw naar de scanners toestuurt zodra u een gebruiker opnieuw heft ingelezen. Zet hierbij ook een vinkje bij de optie
‘overwrite users with different information’. Als de gebruiker na het opvolgen van deze tips nog steeds niet goed herkend kan worden dan is het altijd mogelijk een kaart/druppel in te stellen als alternatief.